maandag 30 maart 2009

Weer in de startblokken


Een tripje over en weer naar les Sables d'Olonne - een drietal dagen wrijven, waxen, schuren, schilderen, prutsen ... en Zwerver is weer klaar voor nieuwe avonturen. Alleen moet er nog een pakking vervangen worden in de motor, maar dit laat ik aan 'Sablaise Nautique over. Die mensen hebben overigens tot nog toe keurig werk verricht.

Op 15 mei gaat de boot terug in het water. De vertrekjeuk wordt er niet minder om.

zaterdag 13 september 2008

En turelureluut, 't vertellingske is uut

Vrijdagmorgen maken wij ons op het gemak klaar. Het weerbericht ziet er goed uit, zowel wind als zwel komen van achter. Voor de zoveelste keer laat de startmotor ons in de steek, wat extra spijtig is nu Sables d’Olonne bezeild is. Toch genieten we van de snelheid die wij motorzeilend meekrijgend van een zwel van zo’n 3 meter. Spectaculair en toch rustig. Andere boten, vuurtorens en hoge gebouwen verdwijnen van tijd tot tijd volledig en springen dan opeens weer te voorschijn als een opduikende duikboot. Een kleine vijf uur later liggen we dan ook alweer vast in de grote jachthaven van Sables d’Olonne. Wat ons meteen opvalt is de grote mate van boot service die hier aanwezig is. We spreken af om morgen de mogelijkheden te bekijken om hier in winterberging te gaan en meteen alle probleempjes met de motor te laten herstellen.
Zaterdag vinden we inderdaad een werf die nog een plaats voor ons heeft. Ze bieden een uitstekende service en kunnen het volledig takenpakket voor hun rekening nemen. Door winterberging op het droge te combineren met de motor reparatie, sparen we bovendien nog flink wat uit.
We hakken de knoop door, we gaan niet verder dit seizoen. Volgende week vrijdag gaat de boot op de kant en laten we hem in de bekwame handen van ‘Les Sables Nautic’ achter.
Morgen zien we al de eerste vrienden terug. Jules en Lea komen op bezoek en wij kunnen aansluitend met hen mee terug naar Oostende. Wij kijken er naar uit om samen met hen nog een leuk einde aan onze eerste grote bootvakantie te breien.

Tot straks, thuis of op de RYCO.

Kris en Jenny

Ile d'Yeu


Het weer is goed voor de verandering en we verheugen ons al op het tochtje naar Ile d’ Yeu. We krijgen echter opnieuw problemen met de demareur. Pas een half uur later dan voorzien en na heel wat prutsen met de bedrading van de startmotor kunnen we vertrekken. Ik weet zo ongeveer waar het probleem schuilt, maar ik kan er niet goed genoeg bij om het definitief te (proberen te) repareren. Het ergste is de onzekerheid die dit probleempje geeft. Ik durf gewoon op zee mijn motor niet meer af te zetten, uit schrik dat ik hem niet gestart krijg in zicht van een onbekende haven. Niet dat onze bestemming ineens bezeild is – dat zou te mooi of beter te frustrerend zijn.
Maar goed, na een rustige tocht komen we op Yeu aan. Er is plaats zat in de mooie marina. De vingerpontons zijn bijna even breed als de pontons van de RYCO, de douches en toiletten zijn netjes en alle nutsvoorzieningen liggen op loopafstand. In september is bovendien alles nog flink goedkoper geworden. Voor onze ligplaats betaalden we in de laatste 3 havens tussen de 13 en de 16 €.
’s Avonds kunnen we in de kuip van een prachtige zonsondergang genieten – hoe lang is dit niet geleden ?
Woensdagavond gaan we slapen met zomerweer, donderdagmorgen is het weer herfst. Toch willen we iets van het eiland zien. We tuigen de fietsjes op, steken ons in regenpak en gaan op verkenning. Yeu steelt meteen onze harten met zijn zuiders aandoende witte huisjes, vele onverharde wegen, prachtige natuur en de algemeen relaxte sfeer die er heerst. Eigenlijk zouden we hier nog wat langer willen blijven maar toch spreken we af dat we morgen vertrekken als de meteo het toelaat.

Pornichet




Maandag is het dan weer zover. We plooien alles op, maken de boot zeeklaar en vertrekken naar onze volgende bestemming, Pornichet. Het zonnetje schijnt en even ziet het er naar uit dat we een heerlijk zeildagje tegemoet gaan. Wanneer we echter de baai uitvaren, ruimt de wind mee en komt nu vrijwel pal op de neus. Ook heeft het onstuimige weer van de laatste dagen een knobbelzeetje achtergelaten, waarin Zwerver van tijd tot tijd stil valt. Er blijft van ‘heerlijk’ niet veel over. Met wind, zee en stroom tegen hebben we dan ook bijna 7 uur nodig om de 31 mijl te overbruggen.
De jonge gasten die met hun speedboot naast ons liggen vullen het begrip ‘bootplezier’ op een originele manier in. Zij doen aan foil-boarding, het allernieuwste snufje op waterski gebied. Zij gaan bij voorkeur ’s avonds in het donker ‘foilen’, begeleid door luide, opzwepende muziek. Hun bootje is dan ook extra uitgerust met schijnwerpers en 2 kloeke luidsprekers. Wanneer ze ons over hun hobby vertellen, lekt het enthousiasme van hen af. Als ze even later met een grote grijns vertrekken, schalt de Brabançonne uit hun luidsprekers. Wij staan perplex. Zou dit betekenen dat de Franse jeugd beter weet hoe het Belgisch volkslied klinkt dan onze eigen eerste minister ?
Tegen de verwachtingen in, valt Pornichet als stadje aardig mee. We blijven nog een dagje om er wat meer van te zien en om een fietstochtje te maken langs het 7 km lange strand van La Baule. Zo laat op het seizoen (en weer eens met minder goed weer) ligt het strand er verlaten bij. Op zich is dit niet zo erg, maar dit betekent ook dat alle beach bars gesloten zijn en dit is andere koek !

Nog te Crouesty

Zo’n stormpje trekt niet in 1 2 3 voorbij natuurlijk. Pas zondag begint het wat te minderen en kunnen wij zo langzamerhand ons weer beginnen klaar te zetten om verder te trekken. Ondertussen bussen we nog eens naar Vannes en verkennen we wandelend deze mooie streek. Zo ontdekken we Kerners, een charmant vissersstadje met prachtig gerestaureerde huisjes en de dolmen van Grah-Niol. Verwaaid of niet, wij vervelen ons geen minuut.

vrijdag 5 september 2008

Serieus verwaaid


Een diepe depressie ten zuiden van Ierland pint ons vrijdag vast met onze eerste en hopelijk laatste zware Biskaye storm. De windsterkte is gemiddeld 8 Bf maar erzijn uitschieters tot 10 en zelfs 11 Bf. Ook aan de ponton zijn we niet steeds zeker of we nu zeilen of vastliggen. Omdat we ons toch niet willen opsluiten worden we meerdere keren kletsnat. Ons elektrisch vuurtje draait overuren om ons warm en onze kleren droog te houden. Om ons toch een beetje te troosten slaan we ’s avonds uitgebreid aan de aperitief – een mens moet toch iets hebben awa (=Zeels voor ‘nietwaar’).