maandag 9 augustus 2010

Ondertussen zijn we terug in Oostende. Van Lowestoft zijn we maar meteen over gestoken naar de thuishaven en zo besloten we een mooie, maar koude en natte reis met nog eens een tocht van 15 uur. Jawel ... bij aankomst stonden de lichten zo'n half uurtje op rood - er moest namelijk een coastertje van iets groter dan de Tomidi naar buiten. Samen met het optrekken van onze driehoek, die al meer dan 5 weken niet meer uit z'n bergplaats geweest was, gaf ons dit een 'home sweet home' gevoel. Ook de ontvangst door havenmeester Kurt en door onze vrienden op de ponton zorgden voor een aangename afronding van onze zomer (???)cruise.

donderdag 29 juli 2010


27 juli

Om kwart na zeven ’s avonds roepen wij Fish Dock Island op, om toestemming te vragen om Grimsby te verlaten. Met 101 mijl in het verschiet naar Lowestoft, wordt dit onze langste tocht ooit, samen. Voor Jenny wordt het tevens haar eerste nachttocht. Ze moet voor het eerst echt wacht lopen en dat doet ze meteen goed. De omstandigheden waren nochtans niet van de beste. Hoewel we een goed weerbericht hadden, hadden we toch af te rekenen met een zwel van anderhalve meter en meer. Met achterlijke wind betekent dit, dat de boot zich als een kurkentrekker door het water beweegt : gieren en rollen, waar de autopiloot veel moeite mee heeft. Echt gevaarlijk is dit niet, wel erg vermoeiend. Je moet je voortdurend schrap zetten of je bewegingen zo goed mogelijk aan die van de boot aanpassen. Zelfs als je probeert te rusten of te slapen, moet je jezelf schoren of vasthouden, wil je niet van je bank of uit je kooi donderen.
De schipper heeft de stroming goed berekent, zodat we juist op de kentering aan de East Sheringdon aankomen. Nu kunnen we de ganse weg met stroom mee naar Lowestoft.
Kort na de middag komen we daar ‘moe, maar voldaan’ zoals dat heet, aan.
We verwennen ons met een lekker dineetje in de Harbour Inn. Nadien houden we het niet lang meer uit, we gaan met de kippen (of is dat aan boord met de vissen) op stok.

woensdag 28 juli 2010


26 juli

Reeds om kwart na zeven staat de havenmeester op onze boot te kloppen. Een vriendelijke kerel, die eerst vertelt hoe hij gisteren avond zijn schroef verloor tijdens het aanleggen en dan pas ter zake komt. Nu we toch aan de brandstof steiger liggen, tanken we eerst vol en verkassen we daarna naar een betere ligplaats. Met 11 pond en een beetje is dit hier onze goedkoopste jachthaven tot nog toe. Alles gaat er bovendien zeer familiaal aan toe.
In de namiddag brengen we een bezoek aan het stadje. De kant van de dokken is volledig in verval geraakt, na het verdwijnen van de vis industrie. Een nieuw centrum heeft zich echter ontwikkeld rond een overdekt winkelcentrum. Daar is het dan ook heel wat levendiger en properder. We struinen wat rond, doen onze boodschappen en keren op tijd terug naar de boot voor de weerberichten van Pinnenberg. Onze langste (nacht) tocht ligt namelijk in het verschiet : de 101 mijl naar Lowestoft.
25 juli

In alle vroegte verlaten we Whitby, we hebben dan ook een lange tocht voor de boeg.
In totaal zullen we 12u30 nodig hebben om Grimsby te bereiken. In dezelfde tijdsspanne ben je met de wagen, vanuit Oostende, over de Spaanse grens. Toch gaat de vergelijking niet helemaal op – varen is heel wat rustiger. Vooral op een dag als vandaag, zonder wind en op een platte zee, als de ganse reis op de motor gaat. Alles wat je te doen hebt is uitkijken voor scheepvaart en kreeftenpotten en de capriolen van de fauna te bewonderen. Wij kunnen steeds weer genieten van jan van genten die als bommen in zee duiken, van papegaaiduikertjes die er klapwiekend over de golven vandoor gaan om dan toch nog snel onder te duiken of van een sporadische zeehond of dolfijn die even komt kijken naar wat er daar nu boven hun hoofd zwemt.
Je gelooft het niet, maar wanneer wij goed en wel de Humber zijn opgedraaid, begint het weer te waaien van jewelste. Omdat die wind dan ook nog eens tegen de sterke vloedstroom instaat, staat er op 1 2 3 een knobbelzeetje, waarvan wij doorpekeld raken.
Bij aankomst is er buiten een paar zatlappen in de clubbar, niemand meer te vinden. Van het zatte broederschap mogen we tot morgenochtend aan het fuel ponton blijven liggen.
Wij zijn lang genoeg in span geweest om niet verder te discussiëren – morgen zien we wel weer verder.

zaterdag 24 juli 2010


24 juli

Whitby is te mooi om zo maar over te slaan. We blijven hier dus met plezier een dagje liggen. Deze morgen brachten we de boot in orde : motor nazien, diesel bijtanken voor motor en webasto en wat opruimen. Na de middag verkenden we de oost kant van Whitby. Omdat de brug niet werkt, moeten we een shuttle bus naar de overkant nemen. Er staan zoveel mensen aan te schuiven dat we zowel in het doorgaan als in het terugkeren pas met de tweede bus meekunnen. De Oostkant, met z’n smalle straatjes, pittoreske winkeltjes en de abdijruïne is dan ook de mooiste kant van het stadje. Om bij de abdij te komen moet je er wel een klim van 199 trappen voor over hebben, maar de wandeling die je er kunt maken maakt alles weer goed. Het voordeel is dan weer dat, tegen dat je weer beneden bent, je enorme dorst hebt. En er is toch wel een leuke pub juist aan de voet van de trappen zeker – als dat geen toeval is !
We houden een rustige avond aan boord, want morgen staat er 76 mijl op het programma.

vrijdag 23 juli 2010


23 juli

Vandaag trekken we verder naar Whitby. Volgens de Reeds kunnen we pas om 12u weg, volgens mijn berekeningen echter zou het al om 11u gaan. Dus … kwart voor elf gooien we los, we bestellen de sluis, varen resoluut het zeegat in en … lopen vast – gelukkig efkes maar. ‘k Zal in september maar weer bij Octaaf op les gaan zeker ? River Tees , net bezuiden Hartlepool Marina is zeer druk bevaren. Drie slepers willen naar buiten, een reusachtige sleep wil naar binnen. Wij hebben een close encounter met een gas cargo ;-)
Grapje natuurlijk, zoiets als op de foto durven we alleen aan als de ‘grote’ voor anker ligt. We lopen bijzonder goed, niettegenstaande er nog een korte zwel overgebleven is van de harde noordooster van gisteren. Ook Whitby is druk – alles wil tegelijk binnen : de toeristen bark Endeavour, een Hollander, een super baren trekkende visser (waar hebben we dat nog gezien ?) en wij. Uiteindelijk wankelen we van boord tot boord rollend Whitby binnen – ik kan een paar vloeken aan het adres van de visser niet inhouden, best dat die geen Vlaams verstaat. De brug blijkt in onderhoud en dus constant open te staan. Aardig meegenomen. Na wat Babylonische spraakverwarring met de instructies van de havenmeester, vinden we toch onze juiste ligplaats. Tijd voor een terrasje, zo denken wij.
22 juli en nog steeds in Hartliepool (zoals ze dat hier uitspreken)

Het miezert, het is koud en op zee staat er 5 tot ­6 Bf met rukwinden tot 35 knopen. We kunnen leukere omstandigheden bedenken om op zee te gaan en blijven dus liggen. Het wordt een uiterst rustige dag met een wandelingetje, wat lezen en computeren, wat boodschappen … een perfecte illustratie van onze blog titel ‘Dolce far niente’.