dinsdag 20 juli 2010


20 juli

Vandaag pakken we de metro naar Newcastle. Het station ligt op een kleine 10 minuten wandelen van de haven en deze wandeling voert dan ook nog eens door een prachtig park.
Newcastle is een erg gezellige stad, met vele leuke shopping centra en een aantal toffe bezienswaardigheden. Uiteraard brengen we een bezoek aan de mooie kathedraal. Het overvloedig prachtig houtsnijwerk binnen dit gebouw moet je echt gezien hebben. Ook de millennium bridge is een mooie constructie. Net over de brug kan je gratis binnen in de Baltic centre of contemporary art. De kunst die daar tentoongesteld wordt gaat wellicht ons petje te boven want wij vinden de kunstwerken die we geregeld van ons kleinkindjes krijgen, beter dan wat daar tentoongesteld staat. Eventjes stond Jenny ademloos toe te kijken, maar dat was toen ik met mijn rugzak aan één van deze werken bleef haperen en het ei zo na sloopte. Even bijkomen in mooi etablissement langs de kaai, was dan ook meer dan nodig.
Moe maar voldaan keren we naar de boot terug. Als we uit de metro stappen, begint het, ja … te gieten en komen we als twee verzopen … enz (je kan toch niet elke dag hetzelfde schrijven)

19 juli

De 72 mijl naar Whitby hebben we onderverdeeld in 3 etappes van zo’n 24 mijl elk. Eerst en vooral willen we het rustig aandoen, maar daarbij speelt het weer natuurlijk ook een rol : we willen niet al te lang op zee in regen en wind zitten.
Dik ingepakt (zoals gewoonlijk tegenwoordig) vertrekken we rond 8 uur uit Amble en tegen de middag draaien we de River Tyne op, onze eerste bestemming. Twee mijl verderop gaan we door de sluis van de Royal Quays Marina en treffen we daar de mooiste marina tot nog toe – het doet wat denken aan Eastbourne van een aantal jaar geleden. Eerst ruimen we wat op en daarna worden de fietsjes opgetuigd om te gaan shoppen bij Tesco. Onze biervoorraad was tot dramatische hoeveelheden geslonken en daar moest dus hoognodig wat aan gedaan worden. We hebben zelfs nog andere boodschappen meegebracht. Op de terugweg krijgen we een ware stortvlaag over ons heen zodat we als twee verzopen waterkiekens op de boot terugkomen. Het blijft de rest van de avond gieten, maar wij genieten van Vlaamse stovers met frietjes en een leuke film op de laptop.

zondag 18 juli 2010


17 en 18 juli

Gisteren hebben we een vrij rustige tocht gehad van Eyemouth naar Amble, wat niet belet dat we weer het ganse gamma voorgeschoteld kregen : kou, regen, zonneschijn, rukwinden, stroomrafelingen – het blijft een spannend gebied. Wij zeilen steeds in vol ornaat. Bij Jenny betekent dit : 2 T-shirts, 2 fleeces, een dikke gewatteerde body, warme broek, skikousen, skimuts, skihandschoenen en daarboven op een volledig zeilpak. En toch heeft ze het niet overdreven warm, zegt ze. Omdat we voor de optie ‘tegenstroom’ gekozen hadden (anders moesten we al om 4 uur vertrekken) duurt de reis een beetje langer. Veel stroom loopt hier niet, met uitzondering van rond de Farne eilanden. Toen onze snelheid daar tot 2,5 knoop terugliep, was het och eventjes ‘kopke krabben’. Toch waren we nog te vroeg in Amble en moesten we nog een kwartiertje toertjes draaien voor we over de drempel naar de marina konden. Wij hadden reeds van op zee opgeroepen en daarmee was ons plaatsje gereserveerd. D5 – precies dezelfde plaats als bij het doorgaan.
Zondag was het grote was en plasdag, zodat er voor niet veel meer tijd overbleef dan een wandelingetje door de duinen en langs de haven.

vrijdag 16 juli 2010


16 juli

Zoals gewoonlijk nemen we na elke zeildag een rustdag en maken we van de gelegenheid gebruik om iets te bezoeken. Vandaag gingen we met de bus naar Berwick upon Tweed, een oud ommuurd middeleeuws grensstadje. Berwick ligt zowat op de grens tussen Engeland en Schotland en wie ooit de film Bravehart gezien heeft, weet dat die twee nogal geknokt hebben in de loop der geschiedenis. De ramparts, de stadswallen en de havenverdediging zijn dan ook de moeite van een bezoekje waard, net als de oude brug over de River Tweed en de victoriaanse spoorwegbrug. Ook het stadje zelf is gezellig zodat we van een aangename namiddag genieten. Bij Collin en Son hebben we verse kabeljauw gekocht die Jenny straks zal klaarmaken met champignons in witte wijn saus en gestoomde patatjes. Het water loopt me uit de bek terwijl ik dit schrijf.
Speciaal voor Emilie voegen we er deze keer een foto bij van oma.
’s Avonds is er op het kerkpleintje een voorstelling met schotse muziek, doedelzak band en volksdans. Leuk om nog wat van de lokale traditie te kunnen meepikken.

donderdag 15 juli 2010

Donderdag 15 juli

Morgenstond geeft goud in de mond ???
5u30 : de wekker loopt af en we duiken gezwind het bed uit. We hebben besloten dat Edingburgh de verste bestemming van deze reis wordt en vandaag keren we terug naar Eyemouth. Het vroege uur heeft alles te maken met het getij : zo lang mogelijk stroom mee en ruim voor laag water aankomen.
5u32 : we duiken terug het bed in – door de dikke mist zien we geen tien boten ver.
6u30 : tweede poging. Het zicht is beter : nog gene vetten maar toch voldoende. Deze keer zetten we door, forceren een versnellingske en varen reeds om 7u10 de haven uit.
Met de mist gaat het af en aan : nu eens zien we geen 200m in de ronde, dan weer verbeterd het zicht tot een meer comfortabele toestand. Rond 10 uur is hij dan grotendeels opgetrokken, maar een uur later krijgen we een plensbui op onze nek – toch sportief hé dat zeilen, dat je dit allemaal mag meemaken !
Nu ja, het voordeel is dan weer dat de wind krimpt en wat aantrekt, zodat we met halve wind toch nog goeie voortgang maken tegen de stroom die ondertussen gedraaid is. Ik ben content en dat is natuurlijk stom, stom, stom. Iedere zeiler weet toch dat je niet om wind mag vragen. Ik had het kunnen weten : de wind trekt steeds verder aan en het laatste uur worstelen we met meer dan 30 knopen. En wat dat betekent weet ook elke zeiler : alles wat niet vastligt begint aan een eigen vliegend leven en elk touw dat niet opgeschoten of aangehaald is krijg je ofwel met een zweepslag tegen je hoofd of draait zich ergens rond.
Rond drie uur mogen we ons zwaar weer aanlegkunsten nog eens tonen. Ik ben er niet rouwig om dat de helpende handen reeds klaarstaan.
Er is op één of andere manier blijkbaar geen lijn te trekken op het weer. Wij maken nu al voor de derde keer mee dat werkelijk alle bronnen er neffens kloppen. Vreemd.

woensdag 14 juli 2010


14 juli

Vandaag is in Schotland blijkbaar de herfst begonnen : regen, wind, mist en koud, brr.
Terug de bus op dus naar Edinburgh, deze keer om wat musea te bezoeken. We beginnen met het ‘National museum of Scotland’, een fantastisch museum waar je wel een hele dag in zou kunnen doorbrengen. Wij gaan er in vogelvlucht doorheen om een eerste indruk op te doen en zijn toch ruim twee en een half uur zoet.
Van daar wippen we binnen in net ‘Writers Museum’, ondergebracht in een schitterend oud herenhuis en waar Edingburghs beroemde auteurs, Scott (van Ivanhoe en Rob Roy) en Burns worden voorgesteld.
We sluiten af met de ‘National Gallery of Scotland’, waar heel wat oude meesters tentoongesteld staan – we treffen er zelfs werk van onze goeie ouwe Pieter Paul.
Een uitgeregende dag wordt op die manier toch nog op een zeer aangename manier doorgebracht.
Straks nog even de weerberichten uitpluizen om te weten of we verder kunnen of hier nog wat vastzitten.

Vandaag staat Edingburgh op het Programma. De busverbinding vanuit Queensferry valt zeer goed mee : om de 15 minuten hebben we een bus, die ons in minder dan een half uurtje naar de stad brengt. Voor ons eerste bezoek aan de hoofdstad van Schotland nemen we de sight seeing bus. De allerbeste manier om een nieuwe stad en haar bezienswaardigheden te verkennen. Op korte tijd leren we dan ook heel wat van deze boeiende stad. Om onze kennis over de couleur locale nog wat meer diepte te geven, gaan we ook nog eens mee met een ‘ghost tour’. Een in 19 eeuwse kledij gestoken gids geeft een leuke en boeiende uitleg over de grimmiger kantjes van Edinburgh en zijn bewoners. Een pintje drinken in de oudste kroeg van de stad en rondstruinen langs de vele typische winkeltjes mag natuurlijk niet ontbreken. Nadat we ook nog eens het kasteel en een groot deel van de oude stad bezocht hebben keren we terug naar de boot. Door alle omleidingen hier, wegens het aanleggen van een tramtraject, valt het nog niet mee de juiste bushalte terug te vinden. We zijn dan ook opgelucht als na herhaalde vragen aan de buschauffeurs er eindelijk eentje is die ons terug ‘op het rechte pad’ brengt.